"Word Pieces": de Partituur als
Concept
Het klassieke schilderij is een materieel object, met allerlei
niet expliciet formuleerbare eigenschappen die toch als essentieel
voor de identiteit van het werk beschouwd worden, omdat ze misschien
door de schilder "gezien" zijn. Daarom exposeren musea
de originele schilderijen, en geen copieën of beschrijvingen
ervan. (Cf. Nelson Goodman's observaties over over copiëren
en vervalsen in zijn boek Languages of Art.) Wanneer er
kunst gemaakt wordt waar wel een expliciet, discursief
gearticuleerd concept aan ten grondslag ligt (zoals bij de algoritmische
kunst het geval is), dan ontstaat de mogelijkheid om de realisatie
van het werk over te slaan, en dat concept rechtstreeks te communiceren
aan de "eindgebruiker". Bij de klassieke muziek bestond
die mogelijkheid al langer, want klassieke muziek komt altijd
al tot stand door het uitvoeren van partituren, waarin de essentiële
structurele eigenschappen van een stuk zeer gedetailleerd gespecificeerd
staan. Maar er zijn relatief weinig mensen die partituren zo snel
en zorgvuldig kunnen lezen dat ze in zekere zin "horen"
wat er staat, en daarom is de klassieke muziek nooit een leescultuur
geworden.
"Where do we go from here? Towards theatre...
We have eyes as well as ears, and it is our business while we
are alive to use them."
John Cage: Experimental Music,
1957.
Cage's influence on contemporary music, on 'musicians'
is such that the entire metaphor of music could change to such
an extent that time being uppermost as a definition of
music the ultimate result would be a music that wouldn't
necessarily involve anything but the presence of people . . .
It seems to me that the most radical redefinition of music would
be one that defines 'music' without reference to sound.
Robert Ashley, 1961. (In: Michael
Nyman: Experimental Music. Cage and Beyond. London: Studio Vista,
1974, p. 10.)
Rond 1960 maken de componisten van de Fluxus-groep
verbaal omschreven muziekstukken ("word pieces"), die
vaak uitmunten door vaagheid. Vrijwel meteen zitten daar ook stukken
bij die helemaal niks met geluid te maken hebben, of die minstens
zo leuk zijn om te lezen als om uit te voeren, of die sowieso
onuitvoerbaar zijn. Dit is het begin
van wat men later "conceptuele kunst" zou gaan noemen:
verbale kunstwerken die niet literair bedoeld zijn, maar die door
middel van droge, conventionele taal een klasse van dingen of
situaties beschrijven, of een anderszins al dan niet welgedefinieerd
concept in de geest van de lezer oproepen.
De Fluxus-componisten, zoals La Monte Young, George Brecht, Dick
Higgins en Yoko Ono, presenteerden hun concepten als muziekstukken.
Conceptuele kunstenaars zoals Lawrence Weiner en Sol LeWitt presenteerden
soortgelijke (maar meer visueel georiënteerde) stukken in
de context van de beeldende kunst.
Zie: Ken Friedman: "Music,
Material and Scores", 1999.
Thomas Dreher: Aktions-
und Konzept Kunst. Von der Expansion der KŸnste zu ihrer Reflexion.
[Opgave (MA thesis):
Maak een anthologie van "word pieces" met een inleiding
erbij. Omdat het allemaal zeer korte stukken zijn (vaak slechts
één regel), is het heel goed mogelijk om een soort
volledigheid na te streven. Opgave 2: Breng de voorlopers en antecedenten
van "word pieces" en "conceptuele kunst" in
kaart. Bespreek in elk geval: Georg Lichtenberg, Marcel Duchamp.]
De beschrijving wordt als autonoom kunstwerk, los
van de uitvoering, getoond in een boek of tijdschrift (cf. muzikale
partituren, literatuur), of op de wand van een galerie of museum
(cf. schilderkunst). De zintuiglijke kant van de kunst wordt verzaakt
omwille van de abstracte, serene esthetiek van het verbaal geformuleerde
"concept".
Sol LeWitt's stukken lijken bedoeld te zijn om uitgevoerd te
worden. Lawrence Weiner laat dit expliciet in het midden. De werken
van de Fluxus-kunstenaars werden, als ze al uitvoerbaar waren,
in eerste instantie uitgevoerd als gebeurtenissen ("events")
in de context van muzikale performances. Maar sommige werken van
dit soort (b.v. van George Brecht) kunnen in principe ook heel
goed als beeldende kunstwerken uitgevoerd worden, en dat is later
ook wel gebeurd (zie b.v. de tentoonstelling "Pop Art Redefined",
en het bijbehorende boek).
THE
FLUXUS PERFORMANCE WORKBOOK. Word-pieces from the early
sixties by Ay-O, Genpei Akasegawa, Eric Andersen, Robert Bozzi,
George Brecht, Albert M Fine, Ken Friedman, Lee Heflin, Hi
Red Center, Dick Higgins, Toshi Ichiyanagi, Joe Jones, Bengt
af Klintberg, Milan Knizak, Alison Knowles, Takehisa Kosugi,
George Maciunas, Richard Maxfield, Larry Miller, Yoko Ono,
Nam June Paik, Tomas Schmit, Mieko Shiomi, Ben Vautier, Robert
Watts, Emmett Williams. Met een inleiding van Ken Friedman.
|