Concept Art        IAAA       


Muziek en Concept-Kunst



"Word Pieces": de Partituur als Concept

Het klassieke schilderij is een materieel object, met allerlei niet expliciet formuleerbare eigenschappen die toch als essentieel voor de identiteit van het werk beschouwd worden, omdat ze misschien door de schilder "gezien" zijn. Daarom exposeren musea de originele schilderijen, en geen copieën of beschrijvingen ervan. (Cf. Nelson Goodman's observaties over over copiëren en vervalsen in zijn boek Languages of Art.) Wanneer er kunst gemaakt wordt waar wel een expliciet, discursief gearticuleerd concept aan ten grondslag ligt (zoals bij de algoritmische kunst het geval is), dan ontstaat de mogelijkheid om de realisatie van het werk over te slaan, en dat concept rechtstreeks te communiceren aan de "eindgebruiker". Bij de klassieke muziek bestond die mogelijkheid al langer, want klassieke muziek komt altijd al tot stand door het uitvoeren van partituren, waarin de essentiële structurele eigenschappen van een stuk zeer gedetailleerd gespecificeerd staan. Maar er zijn relatief weinig mensen die partituren zo snel en zorgvuldig kunnen lezen dat ze in zekere zin "horen" wat er staat, en daarom is de klassieke muziek nooit een leescultuur geworden.



"John Cage hat 1952 in einem Multimedia-Happening im E§saal des Black Mountain College in Asheville/North Carolina nur den Zeitverlauf durch "Zeitklammern", nicht aber die auszufŸhrenden Handlungen, organisiert. Die "Zeitklammern" fŸllten nacheinander und simultan au§er John Cage auch der TŠnzer Merce Cunningham, der KŸnstler Robert Rauschenberg, der Dichter Charles Olson, die Dichterin Mary Caroline Richards sowie die Musiker David Tudor und Jay Watt u. a."

"Where do we go from here? Towards theatre... We have eyes as well as ears, and it is our business while we are alive to use them."
John Cage: Experimental Music, 1957.
Cage's influence on contemporary music, on 'musicians' is such that the entire metaphor of music could change to such an extent that – time being uppermost as a definition of music – the ultimate result would be a music that wouldn't necessarily involve anything but the presence of people . . . It seems to me that the most radical redefinition of music would be one that defines 'music' without reference to sound.
Robert Ashley, 1961. (In: Michael Nyman: Experimental Music. Cage and Beyond. London: Studio Vista, 1974, p. 10.)

Rond 1960 maken de componisten van de Fluxus-groep verbaal omschreven muziekstukken ("word pieces"), die vaak uitmunten door vaagheid. Vrijwel meteen zitten daar ook stukken bij die helemaal niks met geluid te maken hebben, of die minstens zo leuk zijn om te lezen als om uit te voeren, of die sowieso onuitvoerbaar zijn. Dit is het begin van wat men later "conceptuele kunst" zou gaan noemen: verbale kunstwerken die niet literair bedoeld zijn, maar die door middel van droge, conventionele taal een klasse van dingen of situaties beschrijven, of een anderszins al dan niet welgedefinieerd concept in de geest van de lezer oproepen.

De Fluxus-componisten, zoals La Monte Young, George Brecht, Dick Higgins en Yoko Ono, presenteerden hun concepten als muziekstukken. Conceptuele kunstenaars zoals Lawrence Weiner en Sol LeWitt presenteerden soortgelijke (maar meer visueel georiënteerde) stukken in de context van de beeldende kunst.

Zie: Ken Friedman: "Music, Material and Scores", 1999.

Thomas Dreher: Aktions- und Konzept Kunst. Von der Expansion der KŸnste zu ihrer Reflexion.

[Opgave (MA thesis): Maak een anthologie van "word pieces" met een inleiding erbij. Omdat het allemaal zeer korte stukken zijn (vaak slechts één regel), is het heel goed mogelijk om een soort volledigheid na te streven. Opgave 2: Breng de voorlopers en antecedenten van "word pieces" en "conceptuele kunst" in kaart. Bespreek in elk geval: Georg Lichtenberg, Marcel Duchamp.]
De beschrijving wordt als autonoom kunstwerk, los van de uitvoering, getoond in een boek of tijdschrift (cf. muzikale partituren, literatuur), of op de wand van een galerie of museum (cf. schilderkunst). De zintuiglijke kant van de kunst wordt verzaakt omwille van de abstracte, serene esthetiek van het verbaal geformuleerde "concept".

Sol LeWitt's stukken lijken bedoeld te zijn om uitgevoerd te worden. Lawrence Weiner laat dit expliciet in het midden. De werken van de Fluxus-kunstenaars werden, als ze al uitvoerbaar waren, in eerste instantie uitgevoerd als gebeurtenissen ("events") in de context van muzikale performances. Maar sommige werken van dit soort (b.v. van George Brecht) kunnen in principe ook heel goed als beeldende kunstwerken uitgevoerd worden, en dat is later ook wel gebeurd (zie b.v. de tentoonstelling "Pop Art Redefined", en het bijbehorende boek).

THE FLUXUS PERFORMANCE WORKBOOK. Word-pieces from the early sixties by Ay-O, Genpei Akasegawa, Eric Andersen, Robert Bozzi, George Brecht, Albert M Fine, Ken Friedman, Lee Heflin, Hi Red Center, Dick Higgins, Toshi Ichiyanagi, Joe Jones, Bengt af Klintberg, Milan Knizak, Alison Knowles, Takehisa Kosugi, George Maciunas, Richard Maxfield, Larry Miller, Yoko Ono, Nam June Paik, Tomas Schmit, Mieko Shiomi, Ben Vautier, Robert Watts, Emmett Williams. Met een inleiding van Ken Friedman.



Beweging als muziek

Thus the heavenly motions are nothing but a kind of perennial concert, rational rather than audible or vocal.

Johannes Kepler: Gesammelte Werke (Max Caspar, ed.), Vol. VI. Munich, 1940, p.328.
[@ Karl Popper: Unended Quest, p. 59.]

Beethoven had made music an instrument of self-expression. I felt there could be no greater danger to music than an attempt to make Beethoven's ways an ideal, or a standard, or a model.

Karl Popper: Unended Quest, p. 61.

"On ne comprend une chose q'en s'en faisant une reprŽsentation mŽcanique."

Henri Bergson (@ FourastiŽ: Comment mon Cerveau s'informe, p. 61.)

A moving body does not come to rest until it meets opposing forces sufficient to counteract its further progress.

Frederick S. Perls, Ralph F. Hefferline & Paul Goodman: Gestalt Therapy. Excitement and Growth in the Human Personality. Harmondsworth: Penguin Books, 1972 (1951), p. 70.

Have you heard the story of the alchemists? They died when people found out they were good-for-nothings. I bet Stockhausen wouldn't like that story.

Dennis Johnston, Letter to LaMonte Young, March 11, 1960.