Course "Algorithmic Art &
A.I." Remko Scha
De "Open Vorm" in de muzikale compositie
Klassieke componisten maakten altijd al "half-fabrikaten":
pas de grotendeels autonome vertolking door uitvoerende musici maakt
een partituur tot klinkende muziek. Componisten zouden dus zeer
bescheiden kunnen zijn. Omdat ze toch al gedwongen zijn om hun vertrouwen
te stellen in de creativiteit van de uitvoerende musici, zouden
ze hun rol kunnen beperken tot het verschaffen van materiaal waarmee
de uitvoerder allerlei kanten op kan die de componist niet noodzakelijkerwijs
geanticipeerd hoeft te hebben. Rond 1960 werd dit idee voor het
eerst daadwerkelijk in de praktijk gebracht, op een aantal verschillende
manieren. Bij voorbeeld:
- Grafische muziek-notaties waarvan de interpretatie
geheel of gedeeltelijk onbepaald is. Anastesis Logothetis is de
meest radicale proponent van dit genre. Zie ook vele andere partituren
in het boek "Notations" van John Cage.)
- "Meta-partituren" met een oneindig
grote klasse van structureel verschillende realisaties waaruit
de uitvoerder zelf kiest. (Een interessant voorbeeld is Plus-Minus
van Karlheinz Stockhausen.)
- "Word pieces": Zeer algemene verbale
omschrijvingen van muzikale gebeurtenissen. Dit genre werd gepractiseerd
door George Brecht, La Monte Young, Henry Flynt, Dick Higgins,
George Maciunas, Wim T. Schippers, Willem de Ridder, en andere
componisten gelieerd aan de Internationale Fluxus-beweging. (Sommige
van dezen hebben ook stukken gemaakt die praktisch of principieel
onuitvoerbaar zijn. Dan wordt de muziek tot concept-kunst.)
De bescheidenheid van deze componisten had vaak een politieke dimensie.
John Cage, een van de meest overtuigde en overtuigende beoefenaars
van de indeterminacy, was een overtuigd anarchist.
[Opgave: bespreek hoe
dit zit bij Karlheinz Stockhausen: Plus-Minus, de "concept-pieces",
Wagner, World Trade Center. Ook: de rol van de indeterminacy in de
vroege seriële werken: als parameter!]
Umberto Eco: "The Poetics of the Open
Work."
Konrad Boehmer re John Cage.
It is obvious that to appreciate
the many facets of open forms is beyond the means of any ordinary
listener and possibly only of real significance to the composer himself.
R. Smith Brindle: The
New Music, p. 72.